Textuur: zo voelt het, zo ziet het eruit
Ruw, glad, zacht of korrelig: met arceren, kruisarceren, stippelen en krabbelen teken je hoe iets aanvoelt, en maak je vlakken lichter of donkerder.
Waarom
Hoe teken je dat een kat zacht is en een steen ruw, als je potlood maar één kleur heeft?
Textuur is hoe een oppervlak aanvoelt: de schors van een boom, de vacht van een hond, een glad glas.
Je kunt die textuur niet aanraken op papier, maar je kunt ze wel laten zien. Dat doe je met de manier waarop je lijntjes en puntjes zet.
Zie het
Kies een techniek en maak het vlak dichter of losser. Zie hoe het lichter of donkerder wordt en hoe het anders aanvoelt.
Beschrijving van het beeld
Een vierkant vlak dat gevuld wordt met een tekentechniek: arceren (evenwijdige lijntjes), kruisarceren (lijntjes die elkaar kruisen), stippelen (puntjes) of krabbelen (kleine rondjes). Een schuifje maakt de vulling dichter of losser, zodat het vlak donkerder of lichter lijkt. De tekst zegt welke textuur het oproept, zoals glad, ruw of zacht.
Snap het
Echte textuur kun je voelen: een collage met stof, zand in verf, een reliëf. Gesuggereerde textuur zie je alleen: het lijkt ruw of zacht, maar het papier is glad.
Arceren is een vlak vullen met evenwijdige lijntjes. Dicht bij elkaar wordt het donker, ver uit elkaar licht. Lange gelijke lijnen voelen glad, korte lijnen in verschillende richtingen voelen ruwer.
Kruisarceren is een tweede laag lijntjes in een andere richting erover. Zo maak je diepe schaduwen zonder harder te drukken.
Stippelen is vullen met puntjes. Het voelt korrelig, zoals zand of een sinaasappelschil. Krabbelen met kleine rondjes geeft iets zachts of wolligs, zoals een trui of een struik.
Met frottage leg je papier op een ruw oppervlak en wrijf je er met een potlood over. Zo neem je een echte textuur over, zoals een munt of een boomschors.
Textuur toon je met de vorm en de dichtheid van je lijntjes en puntjes: hoe dichter, hoe donkerder; de vorm van de lijntjes bepaalt hoe het aanvoelt.
Uitgewerkt voorbeeld
Je tekent een oude houten deur. Welke techniek past bij het hout, en hoe maak je de schaduw onder de deurklink?
Hout heeft nerven: lange lijnen in één richting. Arceer dus met lange, licht golvende lijnen in de richting van de planken.
Voor de schaduw onder de klink leg je er een tweede laag lijntjes in een andere richting over: kruisarceren.
Laat de plek waar het licht valt open: daar blijft het papier wit.
- Antwoord
Arceren met lange lijnen voor het hout, kruisarceren voor de schaduw.
Doe het
Kies een niveau. Je krijgt telkens een nieuwe opgave, die meteen nagekeken wordt.
Maak het
Een opdracht voor op papier, in de klas of thuis.
Een textuurjacht met frottage
25 tot 40 minuten
Wat je nodig hebt
- dunne papiertjes (printpapier)
- een zacht potlood (4B tot 6B) of een waskrijtje zonder papiertje
- een schaar en lijm
- een tekenblad
Zo pak je het aan
- Zoek in de klas, de speelplaats of thuis zes verschillende oppervlakken: schors, een muntstuk, een tegel, een blad, een rooster, stof.
- Leg telkens een papiertje erop en wrijf met de zijkant van het potlood of het krijtje tot de textuur verschijnt.
- Teken op je tekenblad een eenvoudig dier of een huis met grote vlakken.
- Knip de frottages op maat en kleef ze als textuur in de vlakken: ruw voor een dak, gestreept voor een vacht.
- Teken met een fijne lijn de contouren en details er weer bovenop.
Kijk terug: Welke frottage leek het meest op iets anders dan waar hij vandaan kwam?
Valkuilen
Fout: Donker maken doe je door harder te drukken.
Hard drukken maakt het papier glanzend en je kunt het niet meer gommen.
Juist: Maak het donkerder met meer lagen of met lijntjes die dichter bij elkaar staan.
Fout: Arceerlijnen mogen alle kanten op gaan.
Lijntjes in alle richtingen door elkaar ogen rommelig en verliezen de vorm.
Juist: Kies per vlak een richting, bij ronde vormen liefst mee met de bolling.
Fout: Textuur teken je over het hele voorwerp even sterk.
Dan wordt alles even druk en valt niets meer op.
Juist: Teken textuur het sterkst waar het licht scheert en dichtbij; laat het naar achteren rustiger worden.
In het echt
- Op een bankbiljet staan heel fijne lijntjes, getekend met een graveertechniek. Ze maken het moeilijk om na te maken.
- Krantentekenaars en striptekenaars werken vaak in zwart-wit en maken schaduw met arceren.
- Ontwerpers van kleren en meubels kiezen stoffen om hun textuur: ribfluweel, wol, linnen.
Geschiedenis
De Duitse kunstenaar Albrecht Dürer maakte rond 1500 gravures waarin hij met alleen fijne lijntjes stof, vacht, steen en licht toonde. Later in de 19e eeuw schilderde Georges Seurat met kleine stipjes kleur; die manier heet pointillisme. Ook de Belg Théo van Rysselberghe schilderde zo.
Aan tafel
Doe thuis allebei je ogen dicht en laat de ander een voorwerp aanraken. Teken daarna zonder te kijken alleen hoe het aanvoelde. Herkent de ander het?
Een vraag om samen over te praten, voor ouders en kinderen. Er is geen fout antwoord.